Oordeel 2011-04

Klager heeft gesolliciteerd voor de functie van Machinist VB (volledig Bevoegd) bij een vervoersbedrijf. De keurend arts heeft klager afgekeurd voor de functie omdat klager op het medische vragenformulier heeft vermeld dat hij in de laatste vijf jaar is behandeld aan zijn hart. Klager is het hier niet mee eens. Klager stelt dat verweerster tevens geen gedegen onderzoek heeft verricht en de aspirant werkgever had moeten wijzen op de verplichting een consult te vragen van een expertarts alvorens een uitslag te kunnen geven. Klager verzoekt de Commissie zich hier over uit te spreken.

De Commissie dient te kijken of bij de uitvoering van de aanstellingskeuring is voldaan aan de eisen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.

Vast is komen te staan dat de keurend arts, alvorens een keuringsuitslag te kunnen geven, voor de aandoening waar klager aan lijdt, verplicht was een consult bij Polikliniek Mens en Arbeid (PMA) aan te vragen. Verweerster heeft dit niet gedaan omdat zij hiervoor toestemming van de aspirant werkgever nodig zou hebben en dat de aspirant werkgever op dezelfde dag van de keuring al de uitslag wilde hebben. Verweerster heeft tegenover de Commissie bevestigd dat zij geen volledig medisch onderzoek heeft verricht. Verweerster gaf aan dat zij echter wel de uitslag ‘ongeschikt voor functie‘ moest geven omdat klager volgens haar – op dat moment – ook niet geschikt verklaard kon worden en er geen tussenvariant mogelijk was.

De Commissie is van mening dat van verweerster mag worden verwacht dat zij in plaats van een uitslag ‘ongeschikt voor functie’ zowel klager als aspirant werkgever had moeten meedelen dat zij geen uitslag kon geven nu de keuring niet volledig was.
Daarbij had zij - indien klager daarvoor toestemming had verleend - kunnen vermelden dat in dit geval een consult bij de PMA verplicht is, dat dit op korte termijn te regelen zou zijn en de uitslag daarvan bindend is voor de keuringsuitslag. Verweerster heeft zelf bevestigd dat dit de gebruikelijke procedure is. Door dit na te laten heeft verweerster zich in haar handelen teveel laten leiden door de wensen van de aspirant werkgever en daarbij het belang van klager uit het oog verloren. Verweerster heeft aldus in strijd gehandeld met de WMK.


Oordeel 2011-04

Commissie: mr. drs. C.M.F. van Roessel, voorzitter, mr. E.P. Harderwijk, bedrijfsarts en mr. M.A.C. Vijn, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. J. Jonkman, secretaris.

1 De klacht

1.1 Op 23 december 2010 heeft klager een klacht ingediend bij de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: de Commissie). Klager is door de keurend arts van een arbodienst gekeurd voor de functie van Machinist VB (Volledig Bevoegd) bij een vervoersbedrijf (hierna: de aspirant werkgever). De keurend arts (hierna: verweerster) heeft klager afgekeurd omdat klager op het medische vragenformulier heeft vermeld dat hij in de laatste vijf jaar is behandeld aan zijn hart. Klager is het niet eens met de keuringsuitslag; hij had niet ongeschikt verklaard hoeven te worden. Tevens stelt klager dat verweerster geen gedegen onderzoek heeft verricht en de aspirant werkgever had moeten wijzen op de verplichting een consult te vragen van een expertarts alvorens een uitslag te kunnen geven.

2 De loop van de procedure

2.1 Op 4 januari 2011 heeft klager een aanvullende e-mail doorgestuurd naar de Commissie waarin een bedrijfsarts en klinisch arbeidsgeneeskundige bij de Polikliniek Mens en Arbeid (PMA) aangeeft dat de arbodienst/keurend arts zijn polikliniek had moeten consulteren in verband met klagers aandoening.

2.2 Hierop heeft de Commissie klager op 5 januari 2011 nog nadere vragen per e-mail gesteld, met name om te informeren tegen wie de klacht is gericht: tegen de aspirant werkgever, de keurend arts of tegen beiden.

2.3 Diezelfde dag heeft klager geantwoord dat zijn klacht alleen is gericht tegen de keurend arts. Klager wenste geen klacht tegen de aspirant werkgever in te dienen.

2.4 De Commissie heeft de klacht op 18 januari 2011 doorgestuurd naar verweerster.

2.5 Verweerster heeft op 9 februari 2011 een schriftelijke reactie gezonden aan de Commissie.

2.6 Partijen zijn door de Commissie gehoord op 16 maart 2011.

2.7 Op 21 maart 2011 heeft verweerster - zoals tijdens de hoorzitting was toegezegd - een gespreksnotitie nagestuurd waarin regels en werkafspraken zijn opgenomen die de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IV&W) verbindt aan keuringen voor spoor/rail.

3. De feiten

3.1 Klager heeft tot 2010 bij een bedrijf gewerkt dat verantwoordelijk is voor het spoorwegnet van Nederland. Hij werkte daar in een kantoorfunctie. Vanwege een reorganisatie werd zijn functie overbodig en zou hij terugkeren naar zijn oude werkgever in de functie van Machinist. Hiervoor diende hij gekeurd te worden. Tijdens deze keuring in oktober 2009 is gebleken dat klager aan het WPW-syndroom lijdt. Klager heeft hiervoor een ingreep ondergaan waarna nog een herstelperiode volgde. Dit traject is in gang gezet door de keurend arts die de keuring voor de functie van Machinist bij klagers oude werkgever had verricht. Deze arts heeft toen contact gehad met de expertarts van de PMA.

3.2 Na de herstelperiode wilde klager weer aan het werk en zag hij de vacature voor de functie van Machinist VB bij de aspirant werkgever met een opleiding die per 15 januari 2011 zou starten.
Klager heeft op deze functie gesolliciteerd. Vervolgens diende klager medisch te worden gekeurd. Dat hij gekeurd moest worden en waarop was hem bekend uit de eerdere keuring in 2009.

3.3 De keuring voor de functie van Machinist VB heeft plaatsgevonden op 15 december 2010. De keuring werd uitgevoerd door verweerster, bedrijfsarts in dienst van een arbodienst. De IV&W heeft deze organisatie aangewezen als een van de instanties die keuringen voor spoor/rail mag verrichten. De IV&W heeft voorwaarden en normen vastgesteld waaraan de keurende instantie zich heeft te houden.

3.4 In het Besluit Spoorwegpersoneel staat vermeld welke specifieke functies als veiligheidsfunctie worden aangemerkt. Voor veiligheidsfuncties, waaronder ook de functie van Machinist VB, gelden strenge eisen ten aanzien van de medische en psychische gesteldheid.

3.5 Klager heeft voorafgaand aan de keuring een medische vragenlijst moeten invullen. Hij heeft daarop vermeld dat hij in de afgelopen vijf jaar is behandeld aan zijn hart. Klager heeft een ingreep gehad vanwege het WPW-syndroom.

3.6 Verweerster heeft voorafgaand aan het gesprek met klager de ingevulde medische vragenlijst en de onderzoeksresultaten van de voorkeuring door de keuringsassistente bekeken. In het gesprek met klager heeft verweerster laten weten dat voor klagers aandoening een expertarts geraadpleegd zou moeten worden. Zij heeft klager verteld dat voor het consult van de expertarts toestemming nodig is van de aspirant werkgever.

3.7 Verweerster gaf tevens aan dat de aspirant werkgever op dezelfde dag van de keuring de uitslag al wilde ontvangen. Volgens verweerster kon zij volgens de regels van de IV&W alleen de uitslag ‘geschikt’ of ‘ongeschikt’ geven en was uitstel ten behoeve van consultatie van de PMA daardoor niet mogelijk. Verweerster heeft klager vervolgens tien minuten de tijd gegeven om de gegevens van zijn behandelend arts (naam en adres) op te vragen. Klager heeft daarvoor een machtiging getekend. Tijdens de hoorzitting heeft klager laten weten dat hij zich niet bewust is geweest dat hij ook getekend had voor het doorgeven van de uitslag aan zijn werkgever en niet alleen voor het opvragen van zijn medische gegevens bij zijn behandelaar.

3.8 Klager heeft tegen verweerster gezegd dat hij niet wilde dat verweerster contact met de aspirant werkgever zou hebben over het consulteren van de PMA. Klager en verweerster hebben toen afgesproken dat klager eerst zelf contact zou hebben met de aspirant werkgever en dat verweerster dit zou afwachten.

3.9 Klager heeft vervolgens contact gehad met de aspirant werkgever over de verplichte consultatie bij de PMA. Klager heeft de aspirant werkgever daarom om uitstel gevraagd.

3.10 De aspirant werkgever heeft daarop gebeld met verweerster en gevraagd naar het consult bij de PMA. Verweerster heeft toen gezegd dat zij niet medisch inhoudelijk op deze vragen mocht ingaan. Zij heeft wel gevraagd of ze door mocht gaan met de keuring, maar daar heeft de aspirant werkgever geen toestemming voor gegeven.

3.11 In bijlage 1, behorende bij artikel 3 van de Regeling spoorwegpersoneel, onder punt 3 ‘Hart- en vaatziekten’ staat dat voor het WPW-syndroom overleg met de arts-deskundige (i.c. de PMA) noodzakelijk is.

4. Standpunten klager

4.1 Klager stelt dat verweerster hem niet ongeschikt had mogen verklaren, zeker niet zonder eerst advies in te winnen bij de PMA. Klager stelt dat verweerster doordat zij dit heeft nagelaten geen gedegen onderzoek heeft verricht.
Verweerster had moeten wijzen op de mogelijkheid van consultatie en herkeuring bij de PMA. Zij had ook de aspirant werkgever hier op moeten wijzen. Zij heeft dit nagelaten omdat dit te lang zou duren.

4.2 Klager begrijpt niet dat hij is afgekeurd alleen op grond van het feit dat hij in de afgelopen vijf jaar is behandeld aan zijn hart. Zijn behandelend arts (voor WPW-Beeld), die bekend is met dit soort keuringen, heeft klager gegarandeerd dat hij goedgekeurd zou worden. Het hartfilmpje dat tijdens de keuring is gemaakt toonde ook aan dat zijn hart goed is. Klager geeft daarbij aan dat hij bekend was bij de PMA en de IV&W en juist in dit traject terecht was gekomen om goedgekeurd te worden. Als gevolg van deze afkeuring mist hij een goede baan. Hij vraagt zich af hoe een volgende keer is te voorkomen dat dit weer gebeurt.

5. Standpunten verweerster

5.1 Verweerster stelt dat zij tijdens het medisch onderzoek heeft uitgelegd dat voor klagers aandoening een expertarts, aangewezen door de IV&W, geconsulteerd moet worden. Omdat de expertarts een aantal gegevens nodig heeft voor een bindend advies, dienen deze voorafgaand aan het consult opgevraagd te worden bij de behandelend arts. Klager gaf hierop aan dat hij een directe uitslag ‘geschikt’ verwachtte, omdat anders de werkgever zou weten dat klager niet zonder meer geschikt was bevonden. Verweerster heeft uitgelegd dat dit niet mogelijk was.

5.2 Verweerster heeft tevens laten weten dat een herkeuring bij de PMA mogelijk was. Ook voor de herkeuring zouden gegevens bij de behandelaar opgevraagd worden, omdat deze gegevens nodig zijn voor een bindend advies van de expertarts en/of herkeurend arts. Verweerster stelde verder dat het volgens haar enigszins dubbel was dat een herkeuring zou plaatsvinden bij hetzelfde instituut als waar de expertarts van afkomstig is.

5.3 Verweerster heeft klager uitgelegd dat aan een consult van de PMA kosten zijn verbonden en dat deze normaliter door de aspirant werkgever worden betaald. Zonder toestemming van de werkgever vindt er geen consult plaats. Dit is ook door de expertarts bevestigd in zijn mail van 29 december 2010.

5.4 Verweerster heeft gezegd dat zij met de aspirant werkgever wilde bespreken dat er een consult bij PMA plaats zou moeten vinden. Klager gaf echter aan dat hij dit zelf met de aspirant werkgever wilde bespreken omdat hij niet wilde dat de aspirant werkgever te weten zou komen over zijn medisch probleem.

5.5 Verweerster heeft met klager besproken dat hij zich zou kunnen terugtrekken uit de procedure en dat het dossier dan vernietigd zou worden. Klager zou ook een brief met de vraagstelling voor de behandelaar kunnen krijgen voor een volgende keuring. Klager wees beide mogelijkheden af.

5.6 Verweerster heeft op de hoorzitting vermeld dat de IV&W recent aanwijzingen heeft gegeven over de medische onderzoeken in het kader van de veiligheidsgeschiktheid (spoor/rail). De IV&W heeft gesteld dat er maar twee uitslagen mogelijk zijn: ‘geschikt voor functie’ en ‘ongeschikt voor functie’. Verweerster heeft als uitslag ‘ongeschikt voor functie’ moeten geven, omdat de aspirant werkgever nog diezelfde dag de uitslag van de keuring wilde hebben. Dit betekent echter niet dat het medisch onderzoek volledig was, omdat de PMA nog geconsulteerd had moeten worden. Verweerster heeft klager even de tijd gegeven om de naam (en adres) van zijn behandelaar te achterhalen voor de machtiging. Klager heeft vervolgens toestemming gegeven voor het doen van de uitslag ‘ongeschikt voor functie’.

5.7 Enkele dagen na 15 december 2010 is verweerster duidelijk geworden dat de aspirant werkgever op de hoogte was van het feit dat een consult bij de PMA moest worden aangevraagd. De aspirant werkgever vermoedde al dat meer informatie nodig zou zijn dan verweerster zou kunnen geven. Verweerster heeft een en ander bevestigd en verwezen naar klager.

5.8 Op 22 december 2010 heeft verweerster contact gehad met de behandelend arts van klager. Deze gaf aan dat klager geschikt bevonden had moeten worden voor de functie. Verweerster heeft de behandelaar verwezen naar haar collega van de PMA.

6 Overwegingen van de Commissie

6.1 De Commissie overweegt dat artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voor zover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:

“1°. een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt,” (…)

6.2 De keuring voor de functie van Machinist VB wordt uitgevoerd op grond van artikel 28 van het Besluit spoorwegpersoneel. In dit artikel staat dat personen die een veiligheidsfunctie uitoefenen waarvoor bij of krachtens dit besluit eisen met betrekking tot de medische en psychologische geschiktheid zijn vastgesteld, zich onderwerpen aan een medische keuring en een psychologische keuring.
De functie van machinist VB valt onder de veiligheidsfuncties, op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van het Besluit spoorwegpersoneel. Omdat het hier gaat om een keuring voor de functie van Machinist VB bij een andere organisatie en bij een positieve uitslag een arbeidsverhouding zal worden aangegaan, betreft het een keuring in verband met het aangaan van een arbeidsverhouding en daarmee een aanstellingskeuring in de zin van de WMK.

6.3 De Commissie dient vervolgens te kijken of bij de uitvoering van de aanstellingskeuring is voldaan aan de eisen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.

6.4 Voor deze klacht is in het bijzonder artikel 10 WMK in het geding. Artikel 10 van de WMK bepaalt in het eerste lid:

„1.De keurend arts en de geneeskundig adviseur oefenen hun taak uit met behoud van hun zelfstandig oordeel op het gebied van hun deskundigheid en van hun onafhankelijkheid ten opzichte van de keuringvrager.
(…)‟

6.5 In bijlage 1, behorende bij artikel 3 van de Regeling spoorwegpersoneel, onder punt 3 ‘Hart- en vaatziekten’ zijn aandoeningen vermeld waarvoor een consult van een expertarts dient te worden aangevraagd alvorens een keuringsuitslag kan worden gegeven. De uitslag van het onderzoek door de expertarts is bindend.

6.6 In het gespreksverslag met de IV&W welke verweerster de Commissie heeft doen toekomen staat vermeld dat de uitslag alleen in termen ‘geschikt voor functie’ of ‘ongeschikt voor functie’ mag worden gegeven. Niet vermeld is dat de uitslag van de keuring niet mag worden aangehouden totdat de keuring volledig heeft kunnen plaatsvinden. Op grond van dit document is niet komen vast te staan dat er een verplichting is op de dag van de keuring zelf een keuze voor geschikt of ongeschikt te moeten maken.

6.7 Klager stelt dat verweerster geen gedegen keuring heeft verricht doordat zij klager meteen heeft afgekeurd nadat zij had gezien dat klager in de afgelopen jaren aan zijn hart was behandeld. Verweerster had volgens klager de aspirant werkgever moeten wijzen op de verplichting tot het aanvragen van een consult bij de PMA alvorens te kunnen oordelen over klagers medische geschiktheid voor de functie.
Verweerster heeft wel gewezen op de mogelijkheid van een consult van de PMA en op de mogelijkheid van herkeuring, ook te verrichten door de PMA. Verweerster heeft daarbij ook te kennen gegeven dat een consult bij de PMA alleen met toestemming van de aspirant werkgever mogelijk was in verband met de kosten. Tevens deelde zij klager mee dat het consult bij de PMA niet afgewacht kon worden voor de initiële keuring, omdat de aspirant werkgever nog diezelfde dag de uitslag van de keuring van verweerster wenste te ontvangen. Door een uitslag te geven op basis van een onvolledig medisch onderzoek vanwege de wens van de aspirant werkgever heeft verweerster naar de mening van de Commissie tenminste de schijn gewekt zich niet professioneel onafhankelijk ten opzichte van partijen op te stellen.

6.8 Klager ging uit van een positieve uitslag van de keuring nu het hartfilmpje in orde was en hij voor de aandoening afdoende was behandeld. Hij was bereid toestemming te verlenen om informatie op te vragen en naar de PMA te gaan indien dat nodig zou zijn. Hij dacht daartoe een machtiging te hebben ondertekend. Ter zitting bleek dat hij ook een machtiging had getekend om de uitslag door te geven aan de werkgever .

6.9 De expertarts van de PMA heeft in zijn e-mail aan klager d.d. 29 december 2010 vermeld dat voor de aandoening waar klager aan lijdt, WPW-Beeld, een consult van een expertarts van de PMA noodzakelijk is. De PMA is de door de IV&W aangewezen instantie om te consulteren over de veiligheidsgeschiktheid van machinisten met een aandoening. Bij een aantal aandoeningen, waaronder WPW-Beeld, zijn de keurende instanties zelfs verplicht om de PMA te consulteren. Het advies van de PMA is bindend. De keurend arts dient dit advies te verwerken in de keuringsuitslag. Dat dit zo is heeft verweerster in haar verweerschrift bevestigd. Verweerster heeft verder betoogd dat zij geen consult kon aanvragen omdat de aspirant werkgever, maar ook klager zelf, direct een uitslag wilden ontvangen. Zij bevestigt dat het medisch onderzoek, zonder een consult bij de PMA, niet volledig was. Zij moest echter wel de uitslag ‘ongeschikt voor functie‘ geven omdat klager volgens haar – op dat moment – ook niet geschikt verklaard kon worden en er geen tussenvariant mogelijk was.

6.10 De Commissie oordeelt dat verweerster klager duidelijker had moeten informeren over de ondertekende machtiging en haar voornemen hem ‘ongeschikt voor functie’ te verklaren nu klager eerst zelf met de aspirant werkgever wilde overleggen en zij naar haar mening de uitslag niet kon aanhouden. Verweerster wist immers dat voor klagers aandoening een consult van de PMA verplicht was en de keuring niet volledig was.
Dat de aspirant werkgever verweerster enkele dagen later geen toestemming gaf de keuring te vervolgen is verweerster niet aan te rekenen.

6.11 De Commissie is verder van mening dat van verweerster mag worden verwacht dat zij in plaats van een uitslag ‘ongeschikt voor functie’ zowel klager als aspirant werkgever had moeten meedelen dat zij geen uitslag kon geven nu de keuring niet volledig was.
Daarbij had zij - indien klager daarvoor toestemming had verleend - kunnen vermelden dat in dit geval een consult bij de PMA verplicht is, dat dit op korte termijn te regelen zou zijn en de uitslag daarvan bindend is voor de keuringsuitslag. Verweerster heeft zelf bevestigd dat dit de gebruikelijke procedure is. Door dit na te laten heeft verweerster zich in haar handelen teveel laten leiden door de wensen van de aspirant werkgever en daarbij het belang van klager uit het oog verloren. Verweerster heeft aldus in strijd gehandeld met de WMK.

7. Oordeel van de Commissie
Op grond van vorenstaande overwegingen komt de Commissie tot het volgende oordeel:
Verweerster heeft gehandeld in strijd met artikel 10, eerste lid van de WMK.