Oordeel 2012-01

Samenvatting
Klager heeft een stoornis in het kleuronderscheidend vermogen. Klager solliciteert naar een functie bij de overheid, waarvoor de eis van algemene inzetbaarheid geldt.

Niet vast is komen te staan of de aspirant werkgever vóór de medische keuring schriftelijke informatie over de werving, selectie en keuring aan klager heeft verstrekt. Klager heeft zelf informatie opgezocht op de website van de aspirant werkgever. Daaruit is hem niet gebleken dat de aanwezigheid van kleurenblindheid een probleem oplevert. Voorafgaand aan de keuring heeft klager bij aspirant werkgever nog extra informatie gevraagd. De mondeling verstrekte informatie heeft bij klager de verwachting gewekt dat zijn kleurenblindheid geen probleem zou zijn.

Klager is twee maal gekeurd door middel van een zogeheten ‘carrouselkeuring’. De tweede keer maakte klager gebruik van een speciale ‘ColorLite’ bril. De ogentest heeft bij klager plaatsgevonden voordat de keurend arts had gecontroleerd of klager alle informatie over doel en inhoud van de keuring had ontvangen. De keurend arts heeft klager beide keren ongeschikt geacht voor de functie, omdat het kleuronderscheidend vermogen van klager te gering is. De keurend arts heeft dit aan klager medegedeeld.
Klager heeft de keuringen niet afgemaakt, ondanks dat aan hem tijdens de tweede keuring uitdrukkelijk de mogelijkheid is geboden de keuring af te ronden, met het oog op de mogelijkheden van herkeuring en beroep. Klager heeft beide keren een formulier getekend waarop hij aangeeft zich terug te trekken uit de sollicitatieprocedure. Hij geeft aan dit onder druk te hebben getekend en de eerste keer niet te zijn gewezen op de mogelijkheid van een herkeuring.

De klacht is gericht tegen de aspirant werkgever én de keurend arts en bestaat uit navolgende vier onderdelen:

  1. De aspirant werkgever heeft klager tijdens de wervingsdagen niet goed voorgelicht over de keuringseisen; 
  2. Klager is bij de tweede keuring ten onrechte aan extra onderzoeken onderworpen. Klager vindt dat er door de aspirant werkgever gediscrimineerd wordt tussen groepen keurlingen met soortgelijke medische beperkingen. Klager had niet mogen worden afgekeurd; 
  3. Beide keuringen zijn onterecht niet volledig afgerond. Klager had op de mogelijkheid van een herkeuring moeten worden gewezen.
  4. Er zijn tijdens een relatiedag toezeggingen gedaan over andere mogelijkheden bij aspirant werkgever, in het geval klager zou worden afgekeurd. Die behoren te worden waargemaakt.

De Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: CKA) brengt één oordeel uit, dat zowel betrekking heeft op de klacht tegen de aspirant werkgever, als de klacht tegen de keurend arts.

Het oordeel van de CKA met betrekking tot het onder 1 genoemde klachtonderdeel luidt dat de aspirant werkgever in strijd heeft gehandeld met artikel 8, tweede lid van de Wmk en artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen. Van belang acht de CKA dat de klager onvoldoende is gewezen op de mogelijkheid van een afkeuring wegens onvoldoende kleuronderscheidend vermogen.
Voorts oordeelt de CKA dat ook de keurend arts in strijd heeft gehandeld met de betreffende bepalingen uit de Wmk. De keurend arts had zich moeten vergewissen dat de klager voorafgaand aan de keuring voldoende is geïnformeerd over het doel en de inhoud van die keuring. Indien dit niet het geval is, dient de keurend arts deze informatie zelf te verstrekken. Dit wordt in de praktijk het principe van geïnformeerde toestemming genoemd (informed consent principle).
Klachtonderdelen twee en drie acht de CKA ongegrond of niet goed te beoordelen. Verder acht de CKA zich onbevoegd om te oordelen over klachtonderdeel vier. 
  


Oordeel 2012-01

Commissie: mevrouw mr. drs. C.M.F. van Roessel, voorzitter,
mevrouw mr. C.W.G. Rayer en de heer mr. drs. E.P. Harderwijk,
leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen,
in tegenwoordigheid van mevrouw mr. H.M. de Quant, plaatsvervangend secretaris.


1 De klacht

1.1 Op 16 juni 2012 hebben de ouders van klager, namens klager een klacht ingediend bij de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: de Commissie). Klager is door de medische keuringsinstantie, op 15 juni en 2 augustus 2012 gekeurd voor een functie bij aspirant werkgever. De keuringsuitslag is hem beide keren medegedeeld door de uitslaggevende arts die eindverantwoordelijk is voor de keuring (hierna: de keurend arts in de zin van de Wet op de medische keuringen, Wmk).

1.2 De keurend arts heeft klager ongeschikt geacht voor de functie. Klager klaagt over het volgende:

  1. Aspirant werkgever heeft tijdens de wervingsdagen klager niet goed voorgelicht over de keuringseisen;
  2. Klager is bij de tweede keuring ten onrechte aan extra onderzoeken onderworpen. Klager vindt dat er door de aspirant werkgever gediscrimineerd wordt tussen groepen keurlingen met soortgelijke medische beperkingen. Klager is het niet eens met de keuringsuitslag: hij had niet afgekeurd mogen worden;
  3. Volgens klager is onterecht de keuring tweemaal niet volledig afgerond. Klager had op de mogelijkheid van een herkeuring moeten worden gewezen.
  4. Er zijn eerdere toezeggingen over de mogelijkheden bij aspirant werkgever voor klager gedaan, in het geval hij afgekeurd zou worden. Die behoren te worden waargemaakt.

2 De loop van de procedure

2.1 Op 15 juni 2012 heeft klager telefonisch contact opgenomen met het secretariaat van de Commissie naar aanleiding van het voorval waar de klacht over gaat. Bij brief van 17 juni 2012 hebben de ouders van klager de klacht en het voorval nader toegelicht.

2.2 Het secretariaat heeft klager per mailbericht d.d. 20 juni 2012 nader geïnformeerd over het indienen van een klacht en de behandeling daarvan door de Commissie. Daarbij is ingegaan op het resultaat dat men van de klachtbehandeling kan verwachten (geen medisch oordeel, geen herkeuring, maar een oordeel of er voldaan is aan de Wet op de medische keuringen en het Besluit aanstellingskeuringen).

2.3 Vervolgens heeft klager het secretariaat een aantal maal per mail geïnformeerd over onder meer de klachtgronden en de stand van zaken.

2.4 Op 8 juli 2012 ontving het secretariaat van klager per mail een brief van klager aan de keurend arts. De Commissie leidde uit die brief af dat klager in contact was met de aspirant werkgever over een mogelijke voortgang van of een vervolg op de sollicitatieprocedure. De Commissie besloot om zolang die procedure zou lopen, de behandeling van de klachtprocedure op te schorten, in overeenstemming met haar Regeling van werkzaamheden.

2.5 Op 28 september 2012 berichtte klager per mail dat er in de tussentijd een tweede medische keuring had plaatsgevonden, met als uitslag wederom afgekeurd. Hij verzocht de Commissie om de klachtprocedure weer op te starten. De Commissie heeft vervolgens de klachtbehandeling hervat en de klacht doorgestuurd aan de verwerende partijen, in dit geval de aspirant werkgever en de keurend arts, met het verzoek om een reactie.

2.6 De keurend arts heeft bij brief van 16 oktober 2012 inhoudelijk gereageerd op de ingediende klacht. In haar antwoord van 14 november 2012 heeft de Commissie zich beperkt tot de procedurele aspecten.

2.7 Bij brief van 16 november 2012 heeft de Commissie klager nader geïnformeerd over de hoorzitting en nadere informatie opgevraagd, naar aanleiding van de inhoudelijke reactie van de keurend arts. Tevens heeft de Commissie verweerder geïnformeerd over de hoorzitting.

2.8 Klager heeft bij mailbericht van 19 november 2012 een verzoek ingediend tot het horen van een deskundige bij de zitting. De Commissie heeft, na aanvullende informatie over de deskundige te hebben gekregen, besloten deze persoon niet te horen, aangezien er reeds voorzien is in onafhankelijke medische deskundigheid ten aanzien van de medische aspecten in deze zaak. Na herhaald verzoek van de ouders van klager om de desbetreffende persoon toch te mogen horen, heeft de Commissie wederom besloten de persoon niet te horen. Daarbij heeft de Commissie aangegeven er wel mee in stemmen dat die persoon wetenschappelijke onderbouwde documentatie aanlevert.

2.9 Bij brief d.d. 26 november 2012 heeft de aspirant werkgever gereageerd op de klacht.

2.10 Bij de hoorzitting op 4 december 2012 zijn klager en diens moeder verschenen, vergezeld door hun advocaat, de heer mr. H.J.G. Dudink. Namens de aspirant werkgever zijn 3 personen verschenen. Bij de hoorzitting was eveneens de keurend arts aanwezig.

2.11 De Commissie brengt één oordeel tegen de aspirant werkgever en de keurend arts uit.


3. De feiten

3.1 Klager heeft een stoornis in het kleuronderscheidend vermogen. Hij wil bij aspirant werkgever een specifieke opleiding volgen en heeft via internet informatie opgezocht en gesolliciteerd. In het kader daarvan heeft hij in januari 2012 de selectiedagen en psychologische testen met goed gevolg doorlopen. Op 11 mei 2012 heeft hij met zijn ouders de relatiedag van aspirant werkgever bezocht.

3.2 Op de website van de aspirant werkgever staat informatie over het selectie- en keuringstraject. Tijdens de selectiedagen wordt algemene voorlichting gegeven over de keuring. Doorgaans ontvangt een sollicitant ook schriftelijke informatie thuis, maar in dit geval staat niet vast of dat ook is gebeurd. Tijdens de ‘carrousel-‘keuring checkt een arts op zijn station of de keurling van te voren is geïnformeerd. Dit is in casu niet geschied omdat de klager op een ander station dan dat van een arts is gestart met de keuring. Hij heeft het station van de arts nimmer bereikt.

Tijdens de medische keuring op 15 juni 2012 werd klager functioneel getest op kleurenonderscheidend vermogen. Omdat hij de eerste screeningstest niet goed doorkwam, werd klager direct naar de keurend arts gestuurd. De keurend arts heeft hem medegedeeld dat hij op het aspect kleuronderscheidend vermogen niet voldeed aan de bijzondere eisen van medische geschiktheid. Op 2 augustus 2012 is klager wederom gekeurd, terwijl hij een zogenoemde ‘ColorLite’ bril droeg. De eerste test ging daarmee goed, de aanvullende testen niet. De keurend arts heeft klager opnieuw meegedeeld dat hij ongeschikt is voor de functie omdat zijn kleuronderscheidend vermogen te gering is, ook met de ColorLite bril op.

3.3 De keuring die op 15 juni 2012 heeft plaatsgevonden, is niet afgerond. De keurend arts besprak met klager de uitslag van een deelonderzoek, de screeningstest kleuronderscheidend vermogen. De keuring is daarna niet afgemaakt. Ter zitting is vast komen te staan dat klager in ieder geval bij de tweede keuring na mededeling van de uitslag van het oogonderzoek uitdrukkelijk de mogelijkheid is geboden de keuring helemaal af te ronden. Dit met het oog op de mogelijkheden van herkeuring en beroep. Klager leek dit niet zinvol. Wanneer hij opnieuw aan dezelfde uitgebreide ogentesten zou worden onderworpen, zag hij geen kans op ‘goedkeuring’. Daarop besloot hij de keuring niet af te ronden.

3.4 Klager was op het moment van de keuring 17 jaar oud. Inmiddels is hij 18 jaar.


4. Standpunten klager

4.1 Voorafgaand aan de medische keuring heeft klager contact gezocht met de Medische Administratie van de afdeling Werving en Selectie en hen het probleem van zijn kleurenblindheid voorgelegd. Uit dat contact kwam naar voren dat er vele gradaties zijn en dat er wordt gezocht naar wat er wel kan. Dit beeld werd bevestigd toen klager en zijn ouders op 11 mei 2012 de relatiedag voor aankomende medewerkers bezochten. Mocht in voorkomende gevallen bij gemotiveerde kandidaten toch afkeuring volgen, dan wordt samen met de kandidaat gezocht naar andere mogelijkheden bij aspirant werkgever.

4.2 De informatie die tijdens de relatiedag en van de Medische Administratie voorafgaand aan de keuring is verstrekt, stemt niet overeen met de afloop van de keuring. Bij de relatiedag is informatie verstrekt over het in aanmerking komen voor de betreffende functie in combinatie met kleurenblindheid. Er zijn bij de relatiedag toezeggingen gedaan die behoren te worden waargemaakt.

4.3 Klager vindt dat hij niet afgekeurd had mogen worden vanwege de kleurenblindheid. Bij de tweede keuring ging namelijk de eerste test goed en hadden er geen verdere testen mogen worden afgenomen. Het feit dat iemand met een andere oogafwijking wel voor de functie in aanmerking kan komen, geeft voorts aan dat er hierbij sprake is van discriminatie. Niet is aangetoond dat iemand met kleurenblindheid dit werk niet kan verrichten. Daarnaast zijn er middelen waardoor klager wel geschikt is voor de functie, zoals de ColorLite bril.

4.4 Klager is het niet eens met de gang van zaken tijdens de medische keuring. De keurende arts gaf aan dat klager ‘een gevaar is voor het team’. Verder kan van een vrijwillige ondertekening van terugtrekking uit de sollicitatieprocedure bij een 17e jarige geen sprake zijn. Klager had de gelegenheid moeten worden geboden om het besluit te overdenken en met derden te overleggen

4.5 Klager is niet geïnformeerd over de mogelijkheid tot het aanvragen van een herkeuring.


5. Standpunten keurend arts

5.1 De keurend arts voert aan dat niet klager zelf maar zijn ouders hebben geklaagd en dat hij geen schriftelijk bewijs ziet dat klager zijn ouders heeft gemachtigd.

5.2 Klager is niet afgekeurd; hij heeft zich uit eigen beweging uit de sollicitatieprocedure teruggetrokken en de aanstellingskeuring niet afgerond. Later is op verzoek van klager de keuring hervat, welke opnieuw door klager zelf uit eigen beweging is afgebroken. Er is dus geen afgeronde aanstellingskeuring.

5.3 De keurend arts heeft bij brief d.d. 28 juni 2012 (de ouders van) klager geïnformeerd over de gang van zaken bij de medische keuring, zonder inhoudelijk op de zaak in te gaan vanwege zijn beroepsgeheim. In de betreffende brief heeft hij vermeld dat klager zichzelf heeft teruggetrokken uit de eerste keuring. Voorts is hij ingegaan op hoe het proces op de dag van de keuring verloopt, wat de procedures zijn en wat er aan uitleg gegeven wordt. Tevens heeft de keurend arts betrokkene geïnformeerd over zijn recht op het intrekken van de sollicitatie, alsook het recht op het afronden daarvan en over het blokkeringsrecht. Uit de reactie van klager aan de keurend arts blijkt dat klager en zijn ouders de brief en informatie zeer gewaardeerd hebben.

Het stellen van de bijzondere eis van medische geschiktheid wat het kleurenonderscheidend vermogen betreft, is van belang bij het dagelijks functioneren in de betreffende functie. Te denken is daarbij aan een taak als paspoortcontrole, maar ook het kunnen zien van een verkleuring van een veiligheidsbadge. Kleurenblindheid is geen absolute contra-indicatie, maar in een bepaalde mate is het niet verenigbaar met het desbetreffende werk.

Bij de tweede keuring zijn na het eerste zogenoemde Ishihara-visusonderzoek, ondanks de goede uitkomst daarvan nog enkele aanvullende onderzoeken gedaan omdat klager met een bijzondere bril door het eerste onderzoek was gekomen. De vraag was of met bril ook de andere testen zouden worden gehaald. Dit bleek niet het geval.

5.4 Nu er geen afgeronde sollicitatieprocedure en geen afgeronde aanstellingskeuring zijn, is er ook geen formele uitslag (geschikt of ongeschikt) en kan er geen sprake zijn van een bezwaar tegen de uitslag in de vorm van een herkeuring.

5.5 Anders dan (de ouders van) klager kennelijk heeft (hebben) geïnterpreteerd, betrof de keuring die in augustus 2012 plaatsvond geen herkeuring, maar een hervatting van de eerder afgebroken procedure. Na het visusonderzoek heeft klager zelf opnieuw de sollicitatieprocedure ingetrokken, zelfs na aandringen van de keurend arts om de keuring af te ronden, mede gelet op de mogelijkheid van een herkeuring. De keurend arts vraagt zich af of de ouders van klager hiervan op de hoogte zijn.

5.6 Volgens de keurend arts heeft slechts één klacht bestaande uit vier onderdelen op hem betrekking, namelijk: de vrijwillige ondertekening van de terugtrekking uit de sollicitatieprocedure, het onthouden van verdere informatie dat een herkeuring niet mogelijk was en dat betrokkene hiervan niet op de hoogte is gesteld. In art. 12 van de Wet op de medische keuringen (Wmk) is vermeld dat klager recht heeft op een herkeuring, maar over de inhoud van de keuring wordt niet veel vermeld. Niet is vermeld dat de keurend arts betrokkene mondeling moet informeren. Wel is in art. 8, lid 2 van de Wmk vermeld dat de betrokkene van te voren schriftelijk informatie moet hebben ontvangen. De keurend arts is van mening dat hieraan voldaan is.


6. Standpunten aspirant werkgever

6.1 De aspirant werkgever onderschrijft de reactie van de keurend arts op de klacht dat er geen uitslag is van de keuring. Zonder uitslag kan er geen sprake zijn van een bezwaarfase.

6.2 Nu er geen uitslag van de keuring is en er geen bezwaar is ingediend, zijn de mogelijkheden binnen het dienstencentrum nog niet uitgeput.

6.3 De CKA zou daardoor de klacht niet in behandeling kunnen nemen.

6.4 Mededelingen zoals volgens klager gedaan tijdens de relatiedag zijn niet gebruikelijk en als ze al gedaan zijn, dan had dit niet mogen gebeuren.

6.5 Iedere sollicitant ontvangt de schriftelijke brochure Werving en selectie op het aangegeven adres. Het is niet aannemelijk dat deze niet naar klager is gestuurd.


7 Overwegingen van de Commissie

7.1 Wat de ontvankelijkheid van de Commissie betreft: de klacht ziet op de toepassing van de Wet op de medische keuringen. De Commissie verklaart zich ontvankelijk. Aan de ontvankelijkheid van de klacht doet niet af of de keuring wel of niet is afgerond.

7.2 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de Wet op de medische keuringen (Wmk) en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (1) , moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager en de keurend artsen. De Commissie geeft in deze kwestie echter één oordeel over het handelen van de aspirant werkgever (de keuringvrager) en de keurend arts, aangezien de aspirant-werkgever zich in zijn verweer aansluit bij het verweer van de keurend arts. Verder is in deze zaak het medische probleem, dat inhoudelijk niet diepgaand is besproken, reeds bij alle partijen bekend, vanwege eerdere contacten tussen klager en de aspirant-werkgever. Het onderhavige oordeel strekt zich dus jegens beide verwerende partijen: de aspirant werkgever en de keurend arts.

7.3 De Commissie geeft geen inhoudelijk oordeel over het al dan niet geschikt zijn van klager voor de betreffende functie, nu een dergelijk oordeel toekomt aan de keurend arts. Het is de taak van de Commissie een oordeel te geven over de vraag of de uitvoering van aanstellingskeuringen voldoet aan de voorschriften van de Wmk.

De Commissie overweegt als volgt:

7.4 Klager was ten tijde van de keuring 17 jaar oud. De klacht is omschreven en ingediend door zijn ouders met medeweten van klager. Deze waren bevoegd namens hun destijds minderjarige zoon een klacht in te dienen.

7.5 Artikel 1, lid a, van de Wmk bepaalt – voor zover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan: ‘vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:
(…)
2°. een aanstelling in openbare dienst,
(…)’.

7.6 De Commissie dient te beoordelen of hier sprake is van een aanstellingskeuring. Tijdens een medische keuring worden vragen gesteld over de gezondheidstoestand van de keurling en wordt medisch onderzoek verricht. De keuring is beslissend; een geschiktheidsverklaring als uitslag van de keuring leidt vervolgens in dit geval tot een aanstelling in de betreffende functie. Een en ander betekent dat sprake is van een aanstellingskeuring als bedoeld in artikel 1, lid a van de Wmk. De aspirant werkgever moet dan ook voldoen aan de verplichtingen die de Wmk en het Besluit Aanstellingskeuringen aan (aspirant) werkgevers opleggen.

7.7 Artikel 4, lid 1, van de Wmk bepaalt in samenhang met artikel 3, lid 1, van het
Besluit aanstellingskeuringen dat een aanstellingskeuring alleen mag plaatsvinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld.

7.8 Onder bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid wordt verstaan: 

  • de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid; en
  • de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid, die niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

De risico’s die met de functie samenhangen moeten dus in eerste instantie zoveel mogelijk door de werkgever worden voorkomen door het treffen van preventieve maatregelen.

7.9 Een aanstellingskeuring mag derhalve alleen worden verricht in die situaties, waarbij functie-eisen een bijzonder beroep doen op de medische geschiktheid van de kandidaat.

7.10 Aspirant werkgever gebruikt één standaardkeuring als basis voor elke functie in alle onderdelen. Per specialisme zijn aanvullende eisen vastgelegd, waarop moet worden gekeurd. De ambtenaar wordt niet aangesteld in een functie, maar als ‘ambtenaar’. Voor iedere ‘ambtenaar’ geldt de eis van algemene inzetbaarheid. De ‘ambtenaar’ is gehouden om alle hem in het belang van de taakuitoefening van aspirant werkgever opgedragen werkzaamheden en diensten te verrichten. Daarbij kan de ‘ambtenaar’ overal ter wereld onder allerlei omstandigheden worden ingezet, hetgeen zware fysieke en geestelijke eisen aan hem stelt. Voor een keuring mag dus op basis van ruimere eisen worden gekeurd dan die voor de dagelijkse functie noodzakelijk zijn (Kamerstukken II 1997/1998, 25 648, voorstel van wet tot wijziging van de Wmk in verband met het van toepassing verklaren van de Wmk op aanstellingen in openbare dienst, Memorie van Toelichting nr. 3, p. 1-2).

7.11 Klager zal dus moeten voldoen aan de eisen die gesteld worden volgens deze standaardkeuring. Als klager hier niet aan voldoet is hij ongeschikt voor elke functie bij aspirant werkgever.

7.12 De klacht bestaat uit vier klachtonderdelen (zie hiervoor par. 1.2).

7.13 Onderdeel 1: klager is van mening dat hij onjuist is geïnformeerd voorafgaand aan de keuring. Dit onderdeel betreft twee zaken:

  • a. het verstrekken van algemene informatie en
  • b. informatie specifiek in verband met het kleurenonderscheidend vermogen.

7.14 ad a. het verstrekken van algemene informatie
Klager stelt dat hij de brochure Werving en selectie niet heeft ontvangen. Hij heeft zelf op de website van aspirant werkgever informatie opgezocht. Ter zitting geven verwerende partijen aan dat normaal alle kandidaten schriftelijke informatie ontvangen waaronder de brochure Werving en selectie. In de brief van de keurend arts voorafgaande aan de tweede keuring is informatie gegeven. Nu klager deze brief heeft ontvangen oordeelt de Commissie dat in ieder geval bij de tweede keuring vooraf informatie is verstrekt.

De keurend arts licht voorts toe dat er tijdens de ‘carrousel‘-keuring door een arts wordt gecheckt of iemand alle informatie heeft ontvangen. De keuring bestaat uit verschillende onderdelen. Een hele groep keurlingen doorloopt de verschillende onderdelen, elk start bij een ander onderdeel. Het komt dan ook voor dat een keurling al een bepaald onderdeel heeft afgelegd, zoals de ogentest, nog voordat de arts zich heeft vergewist van het feit of de keurling alle informatie heeft ontvangen. In de onderhavige kwestie was klager al op zijn ogen getest, nog voordat de check over de ontvangen informatie was gedaan. De Commissie oordeelt dat hiermee de keurend arts zijn verantwoordelijkheid betreffende informatievoorziening en toestemming door de keurling systematisch niet op een juiste wijze nakomt.

7.15 De aspirant werkgever heeft op grond van artikel 8, lid 2 van de Wmk de verplichting om sollicitanten vooraf goed te informeren over de medische keuring. Hieronder verstaat de Commissie informatie verschaffen over het doel van de keuring en over de vragen en de onderzoeken die daarbij aan bod komen. Verder is in artikel 5 van het Besluit Aanstellingskeuringen geregeld, dat de aspirant werkgever klager tijdig voor aanvang van de medische keuring desgevraagd het advies van de medische keuringsinstantie ter beschikking stelt en dat de aspirant werkgever klager informeert over de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de CKA.

Op de website van aspirant werkgever is informatie opgenomen over de werving en selectie voor bepaalde functies en is de voorlichtingsbrochure ‘Selectie en Keuring’ (meest recente versie d.d. 12 maart 2012) te raadplegen. In de brochure zijn de functie-eisen voor de betreffende functie omschreven. De brochure geeft informatie over het doel van de keuring en over de vragen en de onderzoeken die daarbij aan bod komen, hetgeen vereist is bij een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk. Tevens wordt in de brochure ingegaan op de mogelijkheid tot een herkeuring, dan wel tot indiening van een klacht bij de CKA.

De Commissie stelt vast dat niet is vast komen te staan of de aspirant werkgever schriftelijke informatie en in het bijzonder de brochure werving en selectie aan de klager heeft verstrekt, nu klager beweert deze niet te hebben ontvangen.

Over dit onderdeel van de klacht jegens de aspirant werkgever doet de Commissie geen uitspraak. Het woord van klager weegt immers niet zwaarder dan het woord van verweerder, nu nadere onderbouwing van een van beide stellingen ontbreekt.

7.16 Ad b. specifieke informatie
Klager heeft zelf informatie over het wervings- en selectieproces voor de betreffende functie op de website van de aspirant werkgever opgezocht. Uit die informatie is hem niet gebleken dat de aanwezigheid van kleurenblindheid een probleem oplevert. Gelet op het feit dat hij voorafgaand aan de keuring bij de aspirant werkgever heeft geïnformeerd vanwege zijn problemen met kleuren onderscheiden, gaat de Commissie er vanuit dat hij op de hoogte was dat kleuronderscheidend vermogen van belang kan zijn voor de betreffende functie. De verstrekte mondelinge informatie heeft bij klager de verwachting gewekt dat zijn kleurenblindheid geen probleem zou zijn.

De Commissie acht dit klachtonderdeel gegrond voor zover het gaat om het onvoldoende wijzen op de mogelijkheid van afkeuring vanwege onvoldoende kleuronderscheidend vermogen.

7.17 De keurend arts heeft een eigen verantwoordelijkheid in relatie tot de keurling. De keurend arts dient zich ervan te vergewissen dat de keurling voorafgaand aan de keuring voldoende is geïnformeerd over het doel en de inhoud van die keuring conform het vereiste in artikel 8, lid 2 van de Wmk. Indien dit niet het geval is, dient de keurend arts deze informatie zelf te verstrekken. Dit vloeit voort uit het principe van geïnformeerde toestemming (informed consent principle). De Commissie wijst hier ook op de betreffende artikelen van het Burgerlijk Wetboek (BW), Titel 7, afdeling 5, welke afdeling ingevolge artikel 464 BW van overeenkomstige toepassing is op de aanstellingskeuring, alsmede op het Protocol Aanstellingskeuringen. De Commissie is daarom van oordeel dat de keurend arts in strijd heeft gehandeld met artikel 8, lid 2 van Wmk.

Dit klachtonderdeel jegens de keurend arts acht de Commissie derhalve gegrond.

7.18 Onderdeel 2: Op basis van het bovenstaande en hetgeen door partijen tijdens de zitting is aangevoerd, zijn volgens de Commissie de gestelde visuseisen waaraan de keurling moet voldoen, als bijzondere eisen aan de medische geschiktheid conform de Wmk aan te merken. De afgenomen vier testen zijn in dit kader valide en noodzakelijk om werkelijke geschiktheid voor de functie te kunnen beoordelen. Een vergelijking met andere brildragers is niet relevant, nu voldoende kleurenonderscheidend vermogen een afzonderlijke bijzondere eis aan de medische geschiktheid vormt.

Dit klachtonderdeel acht de Commissie niet gegrond.

7.19 Onderdeel 3: De Commissie acht het niet mogelijk de exacte gang van zaken bij het mededelen van de uitslag van het deelonderzoek vast te stellen. Daar waar klager zegt onder druk te zijn gezet, geeft de keurend arts aan rustig de nodige informatie te hebben verstrekt. Bij de tweede keuring heeft hij uitdrukkelijk gewezen op het belang van het afronden van de gehele keuring in verband met de mogelijkheid tot herkeuring. De Commissie acht het aannemelijk dat hij deze informatie heeft verstrekt, gezien zijn eerdere moeite per brief aan klagers het verloop van de keuring toe te lichten en klager een tweede keuring te laten ondergaan. Hoewel het mogelijk is dat klager een gevoel van druk ervaren heeft, heeft hij evenwel ook bij de tweede keuring er zelf voor gekozen om de procedure vroegtijdig in te trekken. Daarmee komt ook het uitsluiten van de mogelijkheid op herkeuring voor zijn rekening.

Dit onderdeel van de klacht jegens de keurend arts verklaart de Commissie ongegrond.

7.20 Onderdeel 4: Op de relatiedag is klager medegedeeld dat de aanwezigheid van kleurenblindheid geen probleem hoeft te zijn. Zou er toch afkeuring volgen dan wordt samen met de kandidaat gezocht naar andere mogelijkheden bij aspirant werkgever. De Commissie is niet bevoegd een oordeel te geven over de kwestie van de toezegging van de aspirant werkgever in het geval van afkeuring alternatieve mogelijkheden te zoeken voor de klager. Een dergelijke toezegging valt immers buiten hetgeen de Wet op de medische keuringen regelt.


8. Oordeel van de Commissie

Op grond van vorenstaande overwegingen komt de Commissie tot het volgende oordeel:

  • De aspirant werkgever heeft gehandeld in strijd met artikel 8, lid 2 van de Wmk juncto artikel 5 Besluit Aanstellingskeuringen, voor zover het gaat om het onvoldoende wijzen op de mogelijkheid van afkeuring vanwege onvoldoende kleuronderscheidend vermogen.
  • De keurend arts heeft gehandeld in strijd met artikel 8, lid 2 van de Wmk, voor wat betreft het informed consent principle.
  • De overige klachtonderdelen zijn ongegrond, niet te beoordelen dan wel is de Commissie niet bevoegd over te oordelen.

Den Haag, 21 januari 2013


  1.  Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 598, worden beschouwd als een nadere invulling van de Wmk en het Besluit Aanstellingskeuringen.