Oordeel Klacht 2016-03 (klaagster / werkgever)

Samenvatting

Aanstellingskeuring tijdens proeftijd

Klaagster is op 15 juli 2016 in dienst getreden bij een kinderdagverblijf (hierna: werkgever) voor een periode van twaalf maanden. Op 12 september 2016 heeft werkgever de arbeidsovereenkomst met klaagster tijdens de proeftijd beëindigd. Klaagster is van mening dat haar ontslag verband houdt met haar fysieke beperkingen en medicijngebruik en (de vragen die zij heeft gesteld over) de door werkgever gewenste medische keuring. Dat is, volgens klaagster, onder meer strijdig met de Wet op de medische keuringen (Wmk) en het Besluit aanstellingskeuringen.
Werkgever stelt dat er in dit geval geen sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk. Werkgever verzoekt de CKA om de klacht niet-ontvankelijk, dan wel ongegrond te verklaren.
De CKA heeft de klacht ontvankelijk en zichzelf bevoegd verklaard. De klacht is gegrond.

Feiten

Begin september 2016 is klaagster door de werkgever uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek met de nieuwe directeur, in het bijzijn van de P&O-functionaris. In dat gesprek op 8 september 2016 heeft de directeur aan klaagster gevraagd of:

  • klaagster medicijnen gebruikte; 
  • de fysieke beperkingen van klaagster haar belemmeren om in geval van calamiteiten adequaat op te treden ter bescherming van de veiligheid van de kinderen op het KDV en collega’s; 
  • klaagster bereid was om een medische keuring te ondergaan.

Een en ander wordt bevestigd door het feit dat klaagster de dag na het gesprek contact heeft opgenomen met het secretariaat van de CKA en in het gesprek heeft aangegeven dat haar werkgever op 8 september 2016 tijdens een ‘kennismakingsgesprek’ heeft gevraagd naar haar medicatiegebruik en bereidheid om een medische keuring te ondergaan.

Op 12 september 2016 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden. Daarin heeft de directeur aan klaagster laten weten dat werkgever de arbeidsovereenkomst met klaagster opzegt in de proeftijd. Als reden daarvoor is genoemd dat er geen vertrouwensbasis is gelegd in de proeftijd.

Overwegingen CKA

Voor de beoordeling van de vraag of de CKA bevoegd is om over deze klacht te oordelen is van belang of sprake is van een aanstellingskeuring tijdens proeftijd en of de Wmk daarop van toepassing is.

Uitgangspunt Wmk: voorkomen risicoselectie en bescherming privacy

Uitgangspunt van de Wmk is dat aanstellingskeuringen beperkt toelaatbaar zijn; dit teneinde ongerechtvaardigde uitsluiting van de arbeidsmarkt te voorkomen en de privacy van werknemers te beschermen. De aanstellingskeuring mag daarom niet worden gebruikt als instrument van risicoselectie in het kader van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van werknemers in de toekomst. Als het verrichten van een aanstellingskeuring wettelijk is toegestaan, vormt deze keuring om die reden het sluitstuk van de selectieprocedure.
Niet-toepasselijkheid van de Wmk op medische keuringen tijdens de proeftijd betekent dat de werkgever een (beperkte) mogelijkheid tot risicoselectie wordt geboden door de keuring te verschuiven naar de proeftijdfase. Dit is naar het oordeel van de CKA in strijd met de uitgangspunten van de Wmk.

Keuring in verband met aangaan arbeidsverhouding

De CKA beschouwt het vragen naar de gezondheidstoestand van de keurling als keuring ‘in verband met het aangaan’ van de arbeidsverhouding in de zin van artikel 1, lid 1 Wmk. Onder keuring wordt in artikel 1 van de Wmk niet alleen het verrichten van medisch onderzoek verstaan, maar ook het stellen van vragen over de gezondheidstoestand.

De hiervoor weergegeven vragen van de directeur aan klaagster zijn vragen over de gezondheidstoestand van klaagster en vallen dus onder de definitie van het begrip medische keuring in de zin van de Wmk. Het is aannemelijk dat het antwoord c.q. de reactie van klaagster op de gestelde vragen beslissend zijn geweest voor de continuering van het dienstverband na de proeftijd.

CKA bevoegd

De CKA beschouwt de door werkgever aan klaagster gestelde vragen over en in verband met haar gezondheidstoestand dan ook als keuring ‘in verband met het aangaan’ van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en klaagster. Deze keuring is een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk.
De CKA acht zich dan ook bevoegd.

Niet voldaan aan vereisten Wmk en Besluit aanstellingskeuringen

Omdat de CKA bevoegd is dient zij na te gaan of werkgever in het kader van (de (uitvoering van) de aanstellingskeuring van klaagster heeft voldaan aan de eisen die de Wmk en het Besluit aanstellingskeuringen stellen.
Naar het oordeel van de CKA is door de werkgever van klaagster aan meerdere eisen niet of niet volledig voldaan.
De CKA verklaart de klacht over de medische keuring tijdens proeftijd onder meer gegrond, omdat de gang van zaken in deze zaak strijdig is met de uit artikel 4, lid 2, van de Wmk voortvloeiende verplichting om de aanstellingskeuring te laten plaatsvinden voordat de keurling feitelijk in dienst treedt.
Deze aanstellingskeuring had op grond van de Wmk en het Besluit aanstellingskeuringen niet mogen plaatsvinden.
De werkgever heeft in het kader van (de uitvoering van) de aanstellingskeuring van klaagster niet voldaan aan de eisen van de Wmk en het Besluit aanstellingskeuringen.

Oordeel CKA

De klacht is gegrond.

Lees het volledige oordeel (PDF, 242 kB)