Oordeel 2016-04 (klaagster / aspirant werkgever)

Samenvatting

Klaagster heeft gesolliciteerd naar de functie van onderofficier musicus. Ze heeft bij het orkest auditie gedaan en vervolgens een basispsychologisch onderzoek (BPO) ondergaan. De psycholoog die het BPO heeft afgenomen geeft een negatief advies en ze wordt niet aangenomen. 

Klaagster stelt dat de psycholoog tijdens het BPO ten onrechte gezondheidsvragen heeft gesteld. Volgens haar mag dat uitsluitend tijdens een aanstellingskeuring worden gedaan en dan alleen door een bedrijfsarts. Bij het BPO is geen bedrijfsarts betrokken geweest. Daarnaast geeft zij aan dat zij al anderhalf jaar bij deze zelfde werkgever werkzaam is op basis van opdrachten. De vraag is of dan nog een aanstellingskeuring mag worden verricht.
Klaagster verzoekt de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) te oordelen of de aspirant-werkgever al dan niet in strijd heeft gehandeld met de Wet op de medische keuringen (Wmk) door:

a. gezondheidsvragen te stellen in een BPO; 
b. een aanstellingskeuring verplicht te stellen.

De klacht is ontvankelijk. De CKA acht zich bevoegd en verklaart de klacht gegrond. De CKA heeft kort samengevat het volgende overwogen.

De CKA is uitsluitend bevoegd te oordelen over aanstellingskeuringen. In deze zaak gaat het om een BPO, maar als in dat kader gezondheidsvragen worden gesteld, valt deze BPO daarmee onder de werkingssfeer van de Wmk en is het aan te merken als een aanstellingskeuring.

Gezondheidsvragen stellen in een BPO

Het feit dat een onderdeel van een selectieprocedure niet of niet in hoofdzaak erop gericht is om informatie in te winnen over de gezondheidstoestand van betrokkene, neemt niet weg dat het inwinnen van gezondheidsinformatie in een dergelijk onderdeel toch voldoet aan de definitie van keuring in de zin van de Wmk, namelijk het stellen van vragen over de gezondheidstoestand van de sollicitant. De psycholoog heeft tijdens het BPO van klaagster gezondheidsvragen gesteld. De psycholoog is geen bedrijfsarts en staat niet onder toezicht van een bedrijfsarts en is daarom op grond van de Wmk niet bevoegd om tijdens een aanstellingskeuring vragen te stellen of inlichtingen in te winnen over de gezondheidstoestand van de keurling.

Verplichte aanstellingskeuring

Indien een sollicitant al ruime ervaring heeft opgedaan met werkzaamheden verbonden aan een functie alvorens daarnaar te solliciteren, terwijl de functie vóór en na in dienst treden overeenkomt, is een aanstellingskeuring ingevolge de geldende wetgeving niet toegestaan.
Door de eis van algemene inzetbaarheid van de militair ambtenaar is er een belangrijk verschil tussen de werkzaamheden vóór (als remplaçante) en na (als militair ambtenaar) in dienst treden, nog los van het feit dat klaagster als remplaçante de opdracht mag weigeren als het niet uitkomt. Er kunnen daardoor andere bijzondere functie-eisen gelden voor de functie als militair ambtenaar op basis waarvan een aanstellingskeuring noodzakelijk wordt geacht.

Conclusie

De aspirant-werkgever heeft in strijd gehandeld met de Wmk en het Besluit aanstellingskeuringen, omdat de psycholoog tijdens het BPO van klaagster gezondheidsvragen heeft gesteld. De CKA acht de klacht tegen aspirant werkgever gegrond.

Lees het volledige oordeel (PDF, 228 kB)