Oordeel 2016-07 (Klager / Defensie)

Samenvatting

Klager heeft bij het ministerie van Defensie (Defensie) gesolliciteerd naar een militaire functie. Tijdens de sollicitatieprocedure heeft klager een militaire aanstellingskeuring ondergaan. Klager is ongeschikt bevonden voor deze functie. Vervolgens heeft klager bij Defensie zijn bedenkingen tegen de afwijzing kenbaar gemaakt. De uitslaggevend arts heeft namens Defensie de bedenkingen ongegrond verklaard, omdat de ‘papieren’ herkeuring - waarbij alle gegevens opnieuw zijn bekeken - niet heeft geleid tot een ander oordeel.
Betrokkene klaagt over het feit dat en de wijze waarop de aanstellingskeuring is verricht.

Klager verzoekt de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) te oordelen of aspirant werkgever in strijd heeft gehandeld met de Wet op de medische keuringen (Wmk).

De medische screening bij de toegang tot een beroepsopleiding

Klager stelt dat de medische screening opgevat moet worden als een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk en daarom een aanstellingskeuring in het kader van zijn sollicitatie achterwege had moeten blijven.
Of deze medische screening bij de toegang tot een beroepsopleiding als een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk kan worden gezien, hangt af van het antwoord op de vraag of sprake is van een keuring ‘in verband met het aangaan van een aanstelling’.

De CKA is van oordeel dat de medische screening niet aan te merken is als aanstellingskeuring in de zin van artikel 1 van de Wmk, omdat deze niet gericht is op een aanstelling bij aspirant werkgever. Het succesvol afronden van de beroepsopleiding geeft geen baanzekerheid bij Defensie. Door het verplicht stellen van een medische screening in het kader van de beroepsopleiding en een aanstellingskeuring in het kader van zijn sollicitatie heeft aspirant werkgever niet in strijd gehandeld met de Wmk. 

De militaire aanstellingskeuring

Klager stelt dat de huidige (feitelijke) en toekomstige belastbaarheid van zijn knie niet (afdoende) is onderzocht, de afwijzing niet medisch is onderbouwd en de keurend arts niet is ingegaan op de bevindingen van medische specialisten.
In de Wmk is geregeld dat een aanstellingskeuring slechts mag plaatsvinden als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Zo is een aanstellingskeuring alleen toegestaan wanneer aan de vervulling van de functie, met het oog op de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemer of van derden, bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld en de werkgever de risico’s niet kan wegnemen door andere maatregelen te treffen.
De bijzondere functie-eisen op het punt van medische geschiktheid bij Defensie berusten op een wettelijke regeling. In het Militair keuringsreglement (hierna: MKR) zijn de basiseisen opgenomen waar een militair ambtenaar op wordt onderzocht tijdens de militaire aanstellingskeuring. In de Lijst van aandoeningen en gebreken behorende bij het MKR is aangegeven welke beperkingen leiden tot afkeuring voor de functie. In de beleidsaanwijzing DGM 032 is verder uitgewerkt op welke wijze een aanstellingskeuring uitgevoerd dient te worden. De militaire aanstellingskeuring voldoet daarmee aan de eisen van de Wmk. 

Defensie heeft bij het verrichten van de militaire aanstellingskeuring de huidige (feitelijke) en de toekomstige belastbaarheid afdoende onderzocht en is er een onderbouwd oordeel gegeven waarom klager niet voldoet aan het MKR. De CKA maakt uit de stukken op dat de keurend arts rekening heeft gehouden met de bevindingen van medische specialisten. De keurend arts heeft daarnaast bij zijn oordeel rekening gehouden met de basiseisen van het MKR. Uit het oordeel blijkt afdoende dat klager niet voldoet aan deze basiseisen. Defensie heeft hiermee in overeenstemming gehandeld met de Wmk.

De herkeuring

Klager stelt dat de herkeuring die in het kader van de bedenkingenprocedure bij Defensie plaatsvond, beperkt is gebleven tot een ‘papieren’ herkeuring. Volgens Klager schiet Defensie daarmee tekort in de procedure ten aanzien van herkeuringen.

Klager heeft in beginsel recht op een ‘volledige’ herkeuring, inclusief vragenlijst, anamnese en lichamelijk onderzoek door een onafhankelijke arts. Indien een inspanningstest onderdeel uitmaakt van een aanstellingskeuring moet klager indien hij het wenst in het kader van de herkeuring ook een inspanningstest ondergaan. Wel is de CKA van oordeel dat onderdelen van een aanstellingskeuring achterwege kunnen blijven als de betrokkene daarmee schade kan oplopen dan wel op andere gronden voldoende is aangetoond dat de keurling niet kan voldoen aan een eis die hem ongeschikt maakt voor de functie.
Naar het oordeel van de CKA is de herkeuring van klager beperkt gebleven tot een schriftelijke herbeoordeling van de resultaten van het eerste onderzoek en is er geen nader onderzoek geweest. Dat blijkt ook uit de situatie dat de klager niet is uitgenodigd voor een keuring op locatie. De klager had in ieder geval in de gelegenheid moeten worden gesteld door een onafhankelijke arts gekeurd te worden op locatie.
Een schriftelijke herbeoordeling van de resultaten van het eerste onderzoek is naar het oordeel van de CKA geen herkeuring in de zin van de Wmk. Klager heeft geen volledige herkeuring ondergaan. Defensie heeft daarmee in strijd gehandeld met de Wmk. 

Conclusie

Defensie heeft in het kader van de uitvoering van de herkeuring van klager niet voldaan aan de eisen van de Wmk en het Besluit aanstellingskeuringen voor zover het gaat om de verplichting om te voldoen aan de voorwaarden voor het doen verrichten en uitvoeren van een herkeuring.

Lees het volledige oordeel (PDF, 298 kB)