Oordeel 2018-02 klaagster / aspirant werkgever

Op 21 december 2017 is klaagster, als onderdeel van de sollicitatieprocedure, gevraagd een sollicitatieformulier in te vullen. De klacht richt zich tegen het stellen van gezondheidsvragen via een sollicitatieformulier.

De klacht gaat over de procedure, gevolgd bij de sollicitatie van klaagster naar de functie van receptioniste bij aspirant werkgever.

Klaagster verzoekt de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) om te oordelen of het stellen van gezondheidsvragen via het sollicitatieformulier in overeenstemming is met de Wet op de medische keuringen (hierna: Wmk) en verzoekt de CKA aspirant werkgever te verplichten om in het vervolg geen gezondheidsvragen te stellen tijdens de sollicitatieprocedure.
De klacht is ontvankelijk. De CKA acht zich bevoegd en verklaart de klacht gegrond. De CKA heeft kort samengevat het volgende overwogen.

De bevoegdheid van de CKA

De CKA is uitsluitend bevoegd te oordelen over aanstellingskeuringen. In deze zaak gaat het om het stellen van gezondheidsvragen via een sollicitatieformulier. Als in dat kader gezondheidsvragen worden gesteld, valt dit onder de werkingssfeer van de Wmk en is het aan te merken als een aanstellingskeuring.
De CKA heeft geen wettelijke bevoegdheid om aspirant werkgever te verplichten om in het vervolg geen gezondheidsvragen te stellen tijdens sollicitatieprocedures. Zij kan aspirant werkgever wel daarover adviseren. 

Het stellen van gezondheidsvragen via een sollicitatieformulier

De CKA is van oordeel dat de vragen naar drank- en drugsgebruik, rookverslaving, lichamelijke klachten en medische behandelingen, die zijn opgenomen in het sollicitatieformulier van aspirant werkgever, vragen over de gezondheidstoestand zijn.

Een kandidaat hoeft deze vragen over de gezondheidstoestand overigens niet te beantwoorden (zwijgrecht). De kandidaat moet de voor de functie relevante vragen, behoudens gezondheidsvragen, naar waarheid beantwoorden.

Door het stellen van deze vragen heeft aspirant werkgever een aanstellingskeuring verricht in de zin van de Wmk, terwijl er geen bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid zijn gesteld, voor het vervullen van de functie. Dit is in strijd met het bepaalde in artikel 4, eerste lid van de Wmk, in samenhang met artikel 3 van het Besluit aanstellingskeuringen.

Ook in het geval dat een aanstellingskeuring wel toelaatbaar was geweest voldoet deze niet aan de eisen van de Wmk op het punt van:

  • alleen een bedrijfsarts is bevoegd om een aanstellingskeuring te verrichten (artikel 4, tweede lid van de Wmk, in samenhang met artikel 3 van het Besluit aanstellingskeuringen);
  • bescherming keurling op grond van artikel 10 (plicht tot geheimhouding en beperkte informatie over de keuring), artikel 11 (recht op weigeren van medewerking) en artikel 12 (recht op herkeuring) van de Wmk.

Conclusie

Gezondheidsvragen mogen uitsluitend gesteld worden door een bevoegde bedrijfsarts als er bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid zijn gesteld aan de functie. De werkgever mag zelf geen gezondheidsvragen stellen. Een kandidaat hoeft deze vragen niet te beantwoorden. 

Noot

Deze klacht gaat over het stellen van gezondheidsvragen via het sollicitatieformulier. De sollicitant kan tijdens de sollicitatieprocedure zijn zwijgrecht inroepen. De sollicitant heeft echter ook een mededelingsplicht. Hoe dat zit, wordt hierna toegelicht.

Tijdens de sollicitatieprocedure mag de aspirant werkgever zelf geen vragen stellen over de gezondheid van de sollicitant. Alleen een bedrijfsarts mag vragen over de gezondheid stellen en dan alleen bij de eventuele aanstellingskeuring in de zin van de Wmk. Als er door de aspirant werkgever toch gezondheidsvragen worden gesteld, hoeft de sollicitant die vragen niet te beantwoorden (zwijgrecht). De sollicitant moet de voor de functie relevante vragen, behoudens gezondheidsvragen, naar waarheid beantwoorden. Wel berust een mededelingsplicht op de sollicitant. Een sollicitant mag namelijk niet zwijgen over medische kwesties waarvan hij wist of had moeten begrijpen dat deze hem ongeschikt maken voor de functie waarnaar hij solliciteert.

Mededelingsplicht